Please update your Flash Player to view content.
Home > Specialisaties > Familierecht > Kinderen > Kinderbeschermingsmaatregelen

Kinderbeschermingsmaatregelen

Afdrukken PDF

Als de ontwikkeling van kinderen ernstig wordt bedreigd, kan de Staat jeugdbeschermingsmaatregelen nemen. Deze maatregelen kunnen alleen door de rechter worden opgelegd. Er zijn drie jeugdbeschermingsmaatregelen: de ondertoezichtstelling, de ontheffing uit het ouderlijk gezag en de ontzetting uit het ouderlijk gezag.

De ondertoezichtstelling
De ondertoezichtstelling (ots) beperkt het gezag van de ouders. De ouders blijven wel verantwoordelijk voor de verzorging en de opvoeding van het kind. De ots wordt uitgevoerd door Bureau Jeugdzorg. Het doel is het wegnemen van de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige door het bieden van hulp en steun aan het gezin en het kind. De ots is niet vrijblijvend. Bureau Jeugdzorg kan schriftelijke aanwijzingen geven, die verplicht moeten worden opgevolgd. Als de ouders dit niet doen, kan dit een grond zijn om de ouders uit het gezag te ontzetten of kan de minderjarige uit huis worden geplaatst. De rechter bepaalt de duur van de ots. Het betreft een periode van maximaal een jaar. Daarna kan de rechter de ots verlengen.

Ontheffing en ontzetting uit het ouderlijk gezag
Deze maatregelen leiden ertoe dat de ouders het gezag over het kind verliezen. Men wordt ontheven van het ouderlijk gezag als de ouders geen verwijt kan worden gemaakt, maar zij niet in staat zijn om hun kind naar behoren op te voeden. Men wordt ontzet uit het ouderlijk gezag als er sprake is van moedwillig en verwijtbaar verzuim of gedrag. 

Uithuisplaatsing
Zolang de gezinsvoogd geen bezwaar heeft, kunnen ouders met gezag de minderjarige elders laten wonen. Op kamers of bij familie. Het gaat hier dan om een vrijwillige uithuisplaatsing. Daarnaast kan de rechter een machtiging tot uithuisplaatsing afgeven. Dit gebeurt wanneer het in het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht of om een onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de minderjarige mogelijk te maken. In ernstige situaties, waarin de minderjarige ernstige gedragsproblemen heeft en dit de minst ingrijpende en noodzakelijke maatregel is om de bedreigende situaties te beëindigen, kan de minderjarige in een gesloten inrichting worden geplaatst .